Bruggenbouwer 5 mei, 2009
Een verhaal van twee bruggen
Bruggenbouwer: het is het nieuwe begrip om de moderne ondersteuning te omschrijven. Of je nu politicus, of zorgmakelaar bent: het woord ligt je in de mond bestorven. Daarom, en omdat wij toch een technisch onderlegd waterbouwkundig en constructieminnend volk zijn, vertel ik graag mijn versie van de bouw van de brug over de Niagarakloof. Dit verhaal is gebaseerd op een vertelling van Jack Yates.
Over die Niagarakloof hangt een fraaie brug. Een technisch hoogstandje. Deze spoorbrug over de St. Lawrence-rivier is gebouwd in het begin van de vorige eeuw en was indertijd de langste cantilever brug ter wereld. Het is zo’n brug zoals die vroeger over de Waal bij Zaltbommel lag: een ijzeren constructie met aaneengesloten driehoeken waar het te berijden deel onder hangt. Het bouwen van deze brug is toevallig gefilmd en daarop is te zien hoe van beide zijden van de rivier naar elkaar toegewerkt wordt. De film laat ook het drama zien als tijdens de bouw de brug instort en tientallen bouwers de dood in worden gejaagd. Het is dan ook een hels karwei en uiteindelijk na veel volharding is het volbracht. Het is een hoogtepunt van bouwvernuft en doorzetten.
Toch was er ook een eerdere brug. Een hangbrug met twee gigantische pylonen aan iedere zijde met zware kabels waaraan het wegdek hangt. Deze brug was al in 1864 gebouwd door de ingenieurs Roebling en Ellet. Het was een totaal ander ontwerp, een totaal andere visie. De eerste van zijn soort en tot op de dag van vandaag wordt dit model nog nagemaakt.
De brug overspande de Niagarakloof met in de diepte een woest kolkende rivier. De kunst was uiteraard om de loodzware kabel van de ene naar de andere zijde te brengen. Bij de Brooklyn Bridge in New York – waarschijnlijk het meest bekende voorbeeld – zie je dat ook. Daar heeft men in het midden van de East River op een eilandje een steunpilaar gebouwd en met een boot de kabels overgebracht. Dit was in de woeste Niagara uitgesloten, het moest volledig anders. De rotsen en de woest kolkende rivier zorgden ervoor dat vrijwel iedereen dacht dat het bouwen van een brug op die plaats volstrekt onmogelijk zou zijn.
Ellet kwam met een even simpele als geniale oplossing. Hij organiseerde een vliegerwedstrijd en de winnaar, een jongetje uit Canadees Niagara, kreeg de opdracht om een vlieger met de sterke westenwind tot boven Niagara vs te laten vliegen. De kunst was toen om de vlieger gecontroleerd te laten dalen in de handen van de bruggenbouwers op enkele kilometers afstand aan de overkant. De dunne sterke zijden draad kwam zo aan de overkant en er werd een even sterke zijden draad aan vastgeknoopt en na een lichtsignaal reuze voorzichtig teruggehaald. Na een paar retourtjes kwam er een dunne ijzerdraad mee en na enkele duizenden keren ontstond de sterke stalen kabel, sterk genoeg om een wegdek te dragen.
Mensen met een beperking hebben vaak een geschiedenis van buitensluiting. Ze zijn gescheiden en geïsoleerd gehouden en het is niet zo eenvoudig om weer een plek te veroveren in de moderne samenleving
Het lijkt alsof er een kloof is tussen “ons” en “hen” en in die kloof zitten allerlei obstakels. Het werk van een moderne ondersteuner bestaat uit het slaan van bruggen. Het trachten manieren te ontwikkelen om mensen weer met elkaar in verbinding te krijgen. We beschouwen onszelf als technisch vaardig en methodisch getraind en zullen dus net als de eerste bruggenbouwers proberen om die brug vanuit onze kant te construeren. En net als een eeuw geleden leidt dat soms tot groteske fiasco’s en het ideaal lijkt onbereikbaar te zijn..
De les van dit verhaal is dat we slechts op succes mogen hopen als we in staat zijn aan beide zijden een goede, stevige fundering te construeren en niet vies zijn van ogenschijnlijk futiele acties – samen een kop koffie drinken, een wandeling door de wijk, een boodschap doen – om de eerste contacten te zekeren. Die eerste dunne draad van aansluiting zal ons helpen om later elkaar onbelemmerd te ontmoeten.
