Toronto 1 12 juli, 2009
Het Toronto Summer Institute is begonnen, het is de zesde keer dat ik erbij ben en het belooft weer een stimulerend en inspirerend evenement te worden. Veel mensen met wie ik de afgelopen 20 jaar heb gewerkt en een grote bewondering voor heb, zijn er. John McKnight, John O’Brien, Connie Lyle, Lynda Kahn, Jack Pearpoint, Peter Leidy, Mike Green, Tom Kohler en heel veel anderen. De hele dag gesprekken (michelle schwartz) met allerlei mensen uit alle hoeken van de wereld enkorte presentaties. Zelf presenteer ik wat ideeen over verhalen vertellen en de bindende betekenis daarvan. Ik zal later hier een korte samenvatting van publiceren. tsi\’09 impressie-1 tsi-impressie 2
Plastic Woorden. Het is een thema dat John O’Brien introduceert en dat erg raakt aan wat mij zelf deze dagen ook bezighoudt. Toen Beth Mount in 1989 met het idee van Person Centered Planning (persoonlijke toekomstplanning) op de proppen kwam, was er al een tijdje een praktijk van plannen maken die zich keerde tegen de gangbare methodes waarin mensen ‘gesorteerd en beoordeeld’ werden. John O’Brien las een boek over “system centered” en zei tegen Beth:” Lijkt het je geen goed idee het gewoon person centered te noemen?” Dat klonk geweldig en dat werd het dus. Klinkt in ieder geval beter dan het gebruikelijke jargon. Nu 20 jaar later lijkt het erop dat de huidige termen (inclusie, person centered) ook weer containerbegrippen zijn geworden. Ze worden goedgekeurd en dienen als grenspaaltjes om vast te stellen, of je nog bij de ‘beweging’ hoort.
Met Michelle Schwartz gesproken over de SIS (support intensity scale) waar ook veel Nederlandse organisaties gebruik van lijken te gaan maken. Michelle is directeur van een grote organisatie in Georgia en ondersteunt mensen om een goed leven of overleven te hebben. De staat heeft nu SIS verplicht gesteld en Michelle is er beroerd van: “Het is op zich een goede lijst met kwaliteitspunten en het kan geen kwaad dat zo af en toe eens langs te worden. Het probleem is dat het meer en meer gaat werken als een indicatie- en financieringsinstrument en we zien in de praktijk dat in plaats van toename van kwaliteit van leven, juist er steeds wat afgeknabbeld wordt op basis van de uitkomsten van diezelfde SIS.” Ze vindt het een gevaarlijk onding door de combinatie van persoonlijke kwaliteitsindicaties met een extern financieringsplan. Het zet mensen klem, vindt ze.
De delegatie van Nieuw Zeeland spreekt me aan op mijn werk. Ze hebben mijn presentatie bijgewoond, maar vinden mijn woorden niet passen bij de -in hun waarneming- volstrekt achterblijvende ontwikkelingen in Nederland. De segregatie in het onderwijs en de stevige positie van zorgorganisatie zijn hun een doorn in het oog. Mijn aanwezigheid op deze conferentie lijkt hun een vertekening van de barre werkelijkheid in Nederland. Tja, the story of my life. Het doet me ook een beetje denken aan de discussies in de 70-er jaren, waar je je als man voortdurend moest verdedigen tegen het systematisch onderdrukken van vrouwen door ‘het systeem.’
Tom Kohler praat met me over een mogelijk bezoek aan Savannah. Tom is een zgn citizen advocate, een term waar we niet direct een Nederlandse vertaling voor hebben. Hij vertelt verhalen en smeedt coalities. Zijn Waddie Welcome verhaal is een ontroerend en liefdevol verhaal over het dagelijks leven in Savannah. Tom zou graag zien dat ik een week of twee/drie me installeer in het koffiehuis in oud Savannah en met mensen ga praten over alles wat mij en hen bezighoudt. Klinkt verleidelijk.