Nederland en Inclusie 1. 21 april, 2010

inclusion-text1Nederland en Inclusie 1990-2010

1. De prehistorie

Deze serie artikelen gaat over het introduceren van het begrip “Inclusie” in Nederland. Inclusie is een – verzonnen – woord dat probeert een heel proces te beschrijven van hoe groepen mensen die vaak buitengesloten worden uit de samenleving een positieve, gewaardeerde en betrokken rol krijgen binnen de samenleving. Het begrip is overgewaaid uit Canada en de Verenigde Staten en had met name betrekking op mensen met een handicap.

Maar zoals het zo vaak met introductie van dit soort begrippen gaat, is de verleiding groot om een nieuwe sociale trend te volgen door wat bordjes te verhangen en uiteindelijk alles bij het oude te laten. Taal kan een handig hulpmiddel zijn om de werkelijkheid te verbloemen en het Feyenoord-lied om te keren: “Geen daden, maar Woorden!” Toch is er wel degelijk het een en ander gebeurd – zeker ook ten goede. Op deze plaats wil ik de opkomst van en de strubbelingen met, het begrip ‘Inclusie’ beschrijven.

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: Inclusie is eigenlijk een oeroud fenomeen en bij iedereen bekend; het beschrijven ervan (en ojee, ojee, daarin schuilt ook het gevaar van jargon en specialistentaal) is pas van de laatste jaren.

Ik zal dat toelichten: een goed voorbeeld van Inclusie is de geboorte van een kind. De zwangerschap is goed verlopen en beiden zijn gezond, maar de geboorte is en blijft een vreselijk spannend moment voor beide ouders. De eerste vraag die familie en vrienden stellen als ze het –blijde- nieuws horen is vaak:” En, alles goed en gezond?” Er kan namelijk wel eens het een en ander mis gaan en zo’n 10 procent van de geboren kinderen daar is nu eenmaal ‘iets’ mee, dus zo onlogisch is die vraag niet. Toch zal een ieder die zelf moeder of vader geworden is zich herinneren dat de eerste impuls er een is van het kind te koesteren, tegen je aan te drukken en te weten dat dit kind vanaf nu bij jou/jullie hoort. Alle bedenkingen en opmerkingen van anderen –hoe logisch en welgemeend ook – ten spijt: dit kind is van en bij ons! En uiteraard willen we dan weten hoe de dokter of verloskundige er naar kijkt, maar dat neemt dat gevoel van verbondenheid niet weg. Deze reactie is al zo oud als de wereld en hoort als het goed is daarna als een rode draad door iemands leven te lopen. Daar hoef je verder niet veel woorden aan vuil te maken; dat weet je gewoon.

Dan komt tante Agnes op kraambezoek. Ze is niet echt een tante, want ze is de ex-vriendin van papa. Moeder vindt haar eigenlijk vals en onbetrouwbaar, maar alla, ze moet vooral het positieve in mensen zien, niet?

Tante Agnes strekt haar handen uit naar de wieg en wil de kleine eruit halen. ‘Wat een beauty, effe kijken op wie ze nou eigenlijk lijkt!’ Waarop moeder uitroept: ‘Laat ’r liggen, ze slaapt net. Ik wil het niet!’ Exclusie is nu ook geboren. Dat begrip, exclusie, begrijpen we veel beter en leent zich veel makkelijker voor maatregelen en beleid dan Inclusie. De volwassenen (en later De Overheid) wijzen ons daarin de weg. Je mag onbevangen en nieuwsgierig alles aanvaarden zoals het op je pad komt (daarom is inclusie van jonge kinderen met een handicap ook zelden een probleem), maar gaandeweg leer je dat het beter is bepaalde mensen en situaties te mijden, lees: buiten te sluiten. Zo waarschuwde mijn moeder me voor de kinderlokker met zijn snoep (van achter de gordijnen stond ik op de uitkijk: “Snoep!” Maar hij kwam niet langs. Wel de buurman, de leerkracht, de hopman en de dominee overigens, maar die konden geen kwaad). En als het niet met grote rode letters op het voorhoofd staat geschreven (en dat zie je toch maar zelden) dan verlang je, dat ‘ze’ jou en je kinderen beschermen tegen het boze/vreemde. En ook dat is normaal; we willen het ongeluk, de pijn en het kwade niet alleen vermijden, maar waar mogelijk buitensluiten. De overheid ziet dat als een opdracht en wordt daar met scherpe voorbeelden op aangesproken. Daar kan je nog rare politieke partijen van krijgen.

Zo is Exclusie – buitensluiting – veel simpeler te begrijpen dan Inclusie. En dat was nu juist zo menselijk en natuurlijk. In het vervolg binnen deze serie hoop ik het vallen en opstaan en de ontwikkeling van een ideaal te beschrijven.

Een specialist in Inclusie – een enkeling noemt zich zo – is dan ook eigenlijk meer een deskundige op het gebied van bestrijding van Exclusie. Zoals gezegd: we zijn allemaal in de wieg gelegd voor Inclusie.

Zie ook http://www.inclusion.com/inclusion.html

en http://www.erwinwieringa.nl/2009/04/wat-is-inclusie/

2. De Canadezen komen! 1990

Over Inclusion, Personal Futures Planning, Verdunning en “Hoe Verder na de Dennendal Affaire,” Zinvolle Dagbesteding en Kleinschaligheid.

3. Naar The States!  Studietrips en uitwisseling. De Gideonsbende ontstaat. 1992

4. Nieuwe Kijk op Zorg, begeleid werken en Persoonlijke Toekomstplanning.  ”Deze kinderen hebben geen toekomst!” 1993

5. Het ‘Wonder van Ittervoort,’ gedragsproblemen en de inrichting uit.

6. Stichting De Toekomst. 1995

7. Stichting Inclusief Onderwijs, Thiandi Grooff

8. 6a00d8341c9ad453ef012876f064ec970c-800wi