De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland heeft een rare voorzitter 18 november, 2010

De voorzitter van de Dierenpartij is erg begaan met het lot van dieren. De voorzitter van het COC zet zich in voor de rechten van homoseksuelen, De voorzitter van een vakbond zet zich in voor de belangen van de werknemers. De voorzitter van Ajax wil graag dat Ajax wint. Niemand vindt dat raar en zou het anders zijn, dan maakt hun ‘achterban’ wel korte metten met ze (weet niet helemaal hoe de dieren dat doen, maar u begrijpt mijn punt).

De Vereniging van organisaties die mensen met een handicap ondersteunen, de VGN, heeft een interessante voorzitter, mevrouw Dupuis. In de 90-er jaren van de vorige eeuw sprak deze ethica in haar “Opzij-lezing” al de gedachte uit dat euthenasie op kinderen met een handicap begrijpelijk was in het licht van de verminderde emancipatiekansen van hun moeders. Andreas Burnier noemde die uitspraak een ‘Nazi-uitspraak” en daar heeft mw Dupuis haar niet mee weg laten komen, maar ook ik vind het nog steeds een onfrisse uitspraak. Waarom de VGN haar graag als voorzitter wenste is voor mij -gezien die uitspraken-  een raadsel en kan enkel begrepen worden door de mensen die haar voorgedragen hebben en het gremium dat haar gekozen heeft als niet al te slim te beschouwen. Het lijkt wat op de PVV selectiemethoden voor kamerleden zal ik maar zeggen, een goed vooroordeel en een eerste indruk moet het doen als sollicitatiemiddel. Personeelsleden van de VGN worden aanzienlijk beter gecheckt op hun achtergrond dan de eigen voorzitter.

De VGN is nu echter in last. Bij haar aantreden, een jaar geleden zei mw Dupuis geen publiek gevoelige uitspraken te zullen doen over deze sector, maar nu is ze toch voor de verleiding bezweken en heeft in een lezing gewezen op de beklagenswaardige staat van mensen met een handicap, hun zielige ouders en op de onverantwoordelijke neiging van organisaties deze mensen in hun doorgedraaide inclusiedwang op de samenleving los te laten. Nu mag ze vinden wat ze wil en het is ook niet erg dat ze alle vooroordelen en misvattingen van de laatste 20 jaren koestert, maar voor een voorzitter van een vereniging die zich moet inzetten voor emancipatie en volwaardig burgerschap is dit toch wel erg bijzonder. Veel leden van de VGN pikken dit terecht niet en het lijkt erop dat Dupuis en haar denkbeelden nu (eindelijk) eens behoorlijk onder de loep wordt genomen. Ben benieuwd hoor.

Misschien kan ook wat inspiratie geput worden uit dit stukje dat een ouder in 1993 geschreven heeft over haar ervaring met de geboorte van haar kind met een handicap.

WELCOME TO HOLLAND

by
 Emily Perl Kingsley.

I am often asked to describe the experience of raising a child with a disability – to try to help people who have not shared that unique experience to understand it, to imagine how it would feel. It’s like this……

When you’re going to have a baby, it’s like planning a fabulous vacation trip – to Italy. You buy a bunch of guide books and make your wonderful plans. The Coliseum. The Michelangelo David. The gondolas in Venice. You may learn some handy phrases in Italian. It’s all very exciting.

After months of eager anticipation, the day finally arrives. You pack your bags and off you go. Several hours later, the plane lands. The stewardess comes in and says, “Welcome to Holland.”

“Holland?!?” you say. “What do you mean Holland?? I signed up for Italy! I’m supposed to be in Italy. All my life I’ve dreamed of going to Italy.”

But there’s been a change in the flight plan. They’ve landed in Holland and there you must stay.

The important thing is that they haven’t taken you to a horrible, disgusting, filthy place, full of pestilence, famine and disease. It’s just a different place.

So you must go out and buy new guide books. And you must learn a whole new language. And you will meet a whole new group of people you would never have met.

It’s just a different place. It’s slower-paced than Italy, less flashy than Italy. But after you’ve been there for a while and you catch your breath, you look around…. and you begin to notice that Holland has windmills….and Holland has tulips. Holland even has Rembrandts.

But everyone you know is busy coming and going from Italy… and they’re all bragging about what a wonderful time they had there. And for the rest of your life, you will say “Yes, that’s where I was supposed to go. That’s what I had planned.”

And the pain of that will never, ever, ever, ever go away… because the loss of that dream is a very very significant loss.

But… if you spend your life mourning the fact that you didn’t get to Italy, you may never be free to enjoy the very special, the very lovely things … about Holland.

Toronto 6 -naschrift 20 juli, 2010

Na afloop van het Summer Institute ben ik nog even blijven hangen bij mijn vrienden Doug en Deirdre Watson in New Hampshire. Doug is een van de meest begaafde ‘community organizers’ die ik ken, weet veel van begeleid werken en is boven een zeer aardig, kritisch en slim mens. Deirdre, zijn vrouw, werkt als family support coordinator en ziet vanuit de eerste hand wat er met kinderen gebeurt en hoe gezinnen daarmee omgaan. Vanochtend hebben we het uitgebreid gehad over de explosieve groei van het label autisme. Deirdre vraagt zich af wat er aan de hand is. Hoewel de groei nu weer lijkt af te nemen, ziet zij een grote toename van allerlei problemen bij jonge kinderen die zich eerst normaal lijken te ontwikkelen en dan opens stil vallen in de communicatie; stoppen met praten. Ook andere plotslinge sensorische veranderingen komen voor. De kinderen zijn vaak extreem eenzaam en ze vraagt zich af nu dit stuwmeer langzamerhand doorstroomt naar middelbare school en daarna werk, wat het maatschappelijk gevolg zal zijn. Ook vragen we ons af, hoe het komt dat aan dit feit zo weinig onderzoek besteed wordt. Komt het door de (farmaceutische industrie) financiering van onderzoek dat dot aspect, waar je geen extra pillen van gaat slijten, buiten het blikveld valt? Ook de samenhang met allerlei ecologische, genetische en andere invloeden is moeilijk te onderzoeken. Het vraagt grootschalige inzet van wetenschappers en tijd. En het vraagt ook om een perspectief vanuit inclusie; “genezers” enzo zijn er al genoeg en het wordt tijd dat we werkelijk wat gaan doen aan de groteske vereenzaming van een groot deel van deze generatie.

Toronto deel 5(slot) 15 juli, 2010

Conclusies en ideeen:

Dit Summer Institute sluit weer vandaag en de vraag is: “Wat heeft het opgeleverd, was het zinnig?” De groep was groter dan voorheen -stijf uitverkocht so to speak – en er is ongewoon hard gewerkt en wederom heb ik maar weer een klein deel mogen opsnuiven. Toch voelt het beter dan ooit. In en gesprek met Mike Green (filmpje volgt) zei ik: “Het lijkt erop dat “Inclusie” het stadium voorbij is dat het zich aan de buitenwereld moet verkopen. Het is nu zo sterk en verankerd, dat er niet bang wordt weggekeken bij moeilijke en lastige vragen. Het ‘staat’ en nieuwsgierigheid en creativiteit zijn de belangrijkste instrumenten geworden naast een solide en mooie mensvisie.” Mike noemde het 30 jaar gerijpte whisky. het had tijd nodig. Nu lust ik geen whisky, maar begrijp wel wat hij bedoelt. Je neemt hier een hoop mee, door er alleen maar te zijn. Inhoudelijk vond ik het trouwens ook een stuk gegroeid; goede mix van allerlei onderwerpen, zeer goed doortimmerde verhalen van de O’Briens  valued experiences & rolesen ook McKnight sprankelde en stimuleerde als vanouds. De samenhang tussen planning (ptp) inclusie, de nieuwe rol voor organisaties en de manier waarop ‘communities’ ontstaan en zich laten betrekken was heel helder zichtbaar en werd ook in de praktijk gebracht. Geen eng sektarisch gedoe, geen politieke actie – het is de schuld van het geld, de politiek, de anderen – maar lekker pragmatisch en realistisch aan de slag. Ook de combinatie van wetenschap, werkers, ouders en vooral mensen met een handicap zelf draagt bij aan de ‘spirit of the event.’ Hier een indruk van de manier waarop John O’Brien de groep ‘instrueert’ met het oog op de terugkeer in het echte leven.

Street’rovin’ De’Amon Harges uit Indianapolis De\’Amon heeft de baan die ik graag zou hebben: hij loopt over straat en praat met mensen en introduceert hun capaciteiten. Heb hem dat “a l’improviste” hier in Toronto zien doen en het is werkelijk inclusie in de praktijk. Wat een effect heeft dat! Het is trouwens ook goed te zien dat er een groep met nieuw talent aan het vormen is. De oude garde idealisten, denkers en wegbereiders heeft -eindelijk- opvolging gekregen. Gevoelsmatig zeg ik, dat de “Obama omwenteling” ook hierin terug te zien is. Er is weer ruimte voor ideeen en vooruitstrevendheid. Godzijdank.

Gerima over het TSI. Er wordt zo tussendoor heel wat afgemusiceerd in de wandelgangen. saxofoon, drums, gitaar en sinds vorig jaar is Gerima een graag geziene en enthousiaste muzikant. De labels die anderen hem opgeplakt hebben zijn bij het TSI als vanzelfsprekend verdampt. Het is een mooi voorbeeld van diversiteit en bijdragen. Je voelt niet zo veel verschil in status en afkomst en iedereen is easy going en makkelijk aanspreekbaar.

Peter Leidy kijkt terug op het Sumer instituut en breekt en passant een laat zien dat “festival voor inclusie” waarschijnlijk een betere omschrijving biedt.

Alan Sloan spreekt over mindfulness. Bekijk ook zijn website

Tom Kohler spreekt over Waddy Welcome and the beloved community

John McKnight over \”community\”

Conny Lyle O’Brien spreekt over visie en keuzes

Sascha Stoffelen en  Marlijn Oosterhoff kijken terug en vooruit.

TSI 2010 deel 4 13 juli, 2010

Het is leuk en erg fijn dat er dit jaar ook weer wat Nederlandse deelnemers zijn. Het is toch wel lekker om in het zonnetje even gezellig ouderwets te klagen en te vergelijken. Zo’n summerinstitute gaat je ook niet in de koude kleren zitten; een kleine week in deze omgeving met zoveel diversiteit, creativiteit en opmerkelijke mensen zorgt ervoor dat je handen jeuken om er ook in Nederland weer eens lekker de beuk in te gooien. Dit jaar zijn Sascha Stoffelen en Marlijn Oosterhoff van stichting Pluryn hier. Ik werk al enige jaren met veel plezier met ze samen en durf met droge ogen hier te beweren dat ze slim en moedig steeds de frontlinie opzoeken van wat mogelijk is vanuit een zorgorganisatie om inclusie te bewerkstelligen. Hier hun indrukken:  Sascha en Marlyn van Pluryn

Het verhaal van Connie over macht: van bovenaf opgelegd (soms niks mis mee), gedeeld met anderen en van binnen uit, houdt me  nog steeds bezig. Ze stuurde me gisteravond haar “plaatjes” en die ga ik proberen met wat commentaar later hier in te voegen.

Bekijk de afbeelding op ware grootte

John McKnight abbundant community en Tom Kohler (citizen advocats Savannah) savannah citizen advocacy leiden een gesprek over de rol van netwerken en het internet -mede aan de hand van het boek van Robert Putnam \’bowling alone\’ John beschrijft dat onderzoek mbt empathie laat zien dat het niveau van empathie onder studenten de afgelopen 20 jaar met 40% is afgenomen. Een van de verklarende factoren zou zijn de televisie die binnen de nieuwsverstrekking zo veel sterkere en indringender beelden levert dat de krant, dat de ontvanger zichzelf enigszins resistent maakt voor het toelaten van te sterke emoties. Nu, met de opkomst van de sociale media -facebook, twitter etc- vraagt hij welke ervaringen mensen daarmee hebben en of het kan leiden tot fysieke aanwezigheid in elkaars leven. Hier een stukje John McKnight en hier Tom Kohler. En het boek dat Tom noemt vind je hier.

Voor hun werk voor de inclusiebeweging in Canada krijgen Jack Pearpoint en Lynda Kahn een blijk van erkenning en waardering uitgereikt door PLAN Toronto. PLAN is een organisatie -in Nederland vertegenwoordigd door Osani.nl – die families helpt een netwerk op te zetten voor hun familielid met een handicap.

foto-129Jack en Lynda hebben tijdens het TSI een driedaagse workshop over planning, PATH en MAPS. Persoonlijke toekomstplanning kortgezegd. Zie ook mijn werk bij De Toekomst. Dat is trouwens wel een rode draad in het hele gebeuren hier: het vitale belang van de verhalen van mensen, het luisteren ernaar en het organiseren van betrokkenheid en actie. En daar is Toekomstplanning bij uitstek het hulpmiddel.

TSI 2010 deel 3

Het is de derde dag en degenen die hier al eens geweest zijn (Pameijer crew, Jose en Thiandi, Sherpa delegatie) weten waar ik het over heb: iedereen heeft die ‘mellow’ smile van “tjeezus, het bestaat echt. We zijn onder een enthousiaste groep van gelijkgestemden en het is niet zijig, suf of sektarisch.” Er wordt veel gelachen en er zijn steeds spannende discussies, afspraken en het gaat maar door. Vanmorgen zij iemand tegen me: “Ik zag op tegen 5 dagen en nu denk ik alleen maar: Het is veel te kort!” Ik moet kiezen en besluit te blijven hangen bij Conny Lyle O’Brien. Ze is zo verrekte down to earth en praktisch. Ze laat de ontwikkelingen zien rond de 5 inclusie doelen: gewaardeerd worden, keuzes maken, bijdragen, deelnemen en relaties vanuit de persoon, de samenleving en de bemiddelende rol voor families en organisaties daar tussen in. Ik ga daar morgen meer uitgebreid op in. Voor een kleine impressie, hier een stukje over het dilemma rechten, power en allianties. Filmpje! Het doet niet echt recht aan het totale verhaal dus ik zal later een apart filmpje opnemen.

Gisteren mijn workshop over “verhalen vertellen” gedaan (storytelling to facilitate social change) en ik mag het op dringend verzoek morgen en overmorgen nog eens herhalen. Zaaltje bleek te klein voor de belangstelling. Kijk, zo ijdel ben ik dan ook wel weer dat leuk te vinden. Het is ook een goed verhaal met een spannende invalshoek al zeg ik het zelf. Maar ook hier: later meer.

Vandaag is ook de dag dat een groep leerkrachten en beleidsmakers aansluit voor het verhaal over ‘Inclusive Education.’ het is een beetje de ‘roots’ van de beweging, want ja:  het begint allemaal met onderwijs. Professor Gerv Leyden uit Nottingham, Engeland leidt de dag en ik waardeer hem zeer, Hij is de grondlegger van incl onderwijs in Engeland en heeft een leuk ‘tong in cheek’ gevoel voor humor. Hier zijn filmpje over het SI.

Heel wat anders doet Peter Leidy. Zijn presentaties zijn erg vrolijk en stimulerend en gaan over problemen, gedragsvragen en inclusie. Wij kunnen het altijd zeer goed met elkaar vinden en we gaan ook samen nog een workshop verzorgen over improvisatie en planning. Hij laat zijn dvd zien over hoe je begeleiders traint in Inclusie Waarden en zingt na afloop nog een liedje over het getut rond mensen met een handicap die recht hebben op \”uitjes.\”Ja, ik vind dat gewoon erg leuk en verfrissend. Tot morgen!

PS Reacties worden zeer op prijs gesteld. Dat lukt niet direct via de website (hou niet zo van allerlei ongericht gezwam en hatemail op websites), maar krijg  wel graag leuke, goede en moeilijke vragen en opmerkingen via info@erwinwieringa.nl!

TSI 2010 deel 2 12 juli, 2010

TSI 2010 dag 2

Tja, het is niet zo gegaan als ik gehoopt had. Nederland loopt weer een WK trauma op en ik zit in Toronto. Wel heel veel oranje op straat, maar ik weet niet of dat troost. Gewoon maar een potje verdringen dus.

Het Summer Institute is de tweede dag ingegaan met een caleidoscoop van presentaties. Het heet “speak easy” en ieder lid van de faculteit presenteert 5 minuten datgene waar zij/hij mee bezig is of erg enthousiast over is. Erg leuk en het werkt als een tierelier. Je herhaalt je verhaal zo’n 12 keer tot iedereen langs is geweest. Heb gedaan wat ik zelf  leuk vind en verteld over mijn ‘straatwerk’ in Amsterdam en  uiteraard het “verhalenproject” en dat alles opgefleurd met spannende filmpjes. Morgen doe ik dat nog een keer, maar dan in een halve dag workshop met wat meer tijd voor uitleg en verdieping.

De ochtend begon met een werkelijk fabelachtig goed verhaal van Connie Lyle O’Brien die het kwaliteitssysteem toelichtte dat de basis vormt voor al het werk wat we doen. De noodzakelijke positie van Persoonlijke Toekomstplanning werd daarmee goed duidelijk. Ook sprak ze over zelfbeschikking, empowerment en keuzevrijheid en maakte duidelijk dat dit allemaal holle kreten blijven als mensen ‘alleen’ zijn en niet verbonden met anderen. Iedereen blundert en maakt verkeerde inschattingen, maar als je mensen hebt die echt om je geven, dan kan je wel weer verder en leer je er (hopelijk) van. Ben je alleen, dan word je erop afgerekend en dat maakt het enkel pleiten voor empowerment en zelfbeschikking tricky als je geen oog hebt voor de binding die mensen hebben met anderen.

Zoals beloofd, ook filmpjes van deze en gene. Dit is Jack Pearpoint, oprichter van het Summer institute en hij praat over het ontstaan van dit unieke evenement en zijn verwachtingen.

Ook toch maar een kleine impressie van het oranjegevoel in Toronto .

Toronto Inclusie 2010 – TSI’10 10 juli, 2010

logboek toronto summer institute 2010 deel 1.

voor de zevende maal ben ik op weg naar het TSI, toch wel zo’n beetje het episch centrum van de Inclusiebeweging. Ieder jaar in Toronto -en nu al zo’n 30 jaar – organiseert Inclusion Press en het Marsha Forest Centrum voor Inclusief onderwijs het 5 dagen durende evenement. Het is niet groot: pak en beet 150 mensen ieder jaar uit de hele wereld, en dan toch vooral Amerikanen en Canadezen. Toch is het een van de meest belangrijke bijeenkomsten over Inclusie die ik ken. Wat maakt het zo bijzonder? Lees verder »

Nederland en Inclusie 1. 21 april, 2010

inclusion-text1Nederland en Inclusie 1990-2010

1. De prehistorie

Deze serie artikelen gaat over het introduceren van het begrip “Inclusie” in Nederland. Inclusie is een – verzonnen – woord dat probeert een heel proces te beschrijven van hoe groepen mensen die vaak buitengesloten worden uit de samenleving een positieve, gewaardeerde en betrokken rol krijgen binnen de samenleving. Het begrip is overgewaaid uit Canada en de Verenigde Staten en had met name betrekking op mensen met een handicap.

Maar zoals het zo vaak met introductie van dit soort begrippen gaat, is de verleiding groot om een nieuwe sociale trend te volgen door wat bordjes te verhangen en uiteindelijk alles bij het oude te laten. Taal kan een handig hulpmiddel zijn om de werkelijkheid te verbloemen en het Feyenoord-lied om te keren: “Geen daden, maar Woorden!” Toch is er wel degelijk het een en ander gebeurd – zeker ook ten goede. Op deze plaats wil ik de opkomst van en de strubbelingen met, het begrip ‘Inclusie’ beschrijven.

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: Inclusie is eigenlijk een oeroud fenomeen en bij iedereen bekend; het beschrijven ervan (en ojee, ojee, daarin schuilt ook het gevaar van jargon en specialistentaal) is pas van de laatste jaren.

Ik zal dat toelichten: een goed voorbeeld van Inclusie is de geboorte van een kind. De zwangerschap is goed verlopen en beiden zijn gezond, maar de geboorte is en blijft een vreselijk spannend moment voor beide ouders. De eerste vraag die familie en vrienden stellen als ze het –blijde- nieuws horen is vaak:” En, alles goed en gezond?” Er kan namelijk wel eens het een en ander mis gaan en zo’n 10 procent van de geboren kinderen daar is nu eenmaal ‘iets’ mee, dus zo onlogisch is die vraag niet. Toch zal een ieder die zelf moeder of vader geworden is zich herinneren dat de eerste impuls er een is van het kind te koesteren, tegen je aan te drukken en te weten dat dit kind vanaf nu bij jou/jullie hoort. Alle bedenkingen en opmerkingen van anderen –hoe logisch en welgemeend ook – ten spijt: dit kind is van en bij ons! En uiteraard willen we dan weten hoe de dokter of verloskundige er naar kijkt, maar dat neemt dat gevoel van verbondenheid niet weg. Deze reactie is al zo oud als de wereld en hoort als het goed is daarna als een rode draad door iemands leven te lopen. Daar hoef je verder niet veel woorden aan vuil te maken; dat weet je gewoon.

Dan komt tante Agnes op kraambezoek. Ze is niet echt een tante, want ze is de ex-vriendin van papa. Moeder vindt haar eigenlijk vals en onbetrouwbaar, maar alla, ze moet vooral het positieve in mensen zien, niet?

Tante Agnes strekt haar handen uit naar de wieg en wil de kleine eruit halen. ‘Wat een beauty, effe kijken op wie ze nou eigenlijk lijkt!’ Waarop moeder uitroept: ‘Laat ’r liggen, ze slaapt net. Ik wil het niet!’ Exclusie is nu ook geboren. Dat begrip, exclusie, begrijpen we veel beter en leent zich veel makkelijker voor maatregelen en beleid dan Inclusie. De volwassenen (en later De Overheid) wijzen ons daarin de weg. Je mag onbevangen en nieuwsgierig alles aanvaarden zoals het op je pad komt (daarom is inclusie van jonge kinderen met een handicap ook zelden een probleem), maar gaandeweg leer je dat het beter is bepaalde mensen en situaties te mijden, lees: buiten te sluiten. Zo waarschuwde mijn moeder me voor de kinderlokker met zijn snoep (van achter de gordijnen stond ik op de uitkijk: “Snoep!” Maar hij kwam niet langs. Wel de buurman, de leerkracht, de hopman en de dominee overigens, maar die konden geen kwaad). En als het niet met grote rode letters op het voorhoofd staat geschreven (en dat zie je toch maar zelden) dan verlang je, dat ‘ze’ jou en je kinderen beschermen tegen het boze/vreemde. En ook dat is normaal; we willen het ongeluk, de pijn en het kwade niet alleen vermijden, maar waar mogelijk buitensluiten. De overheid ziet dat als een opdracht en wordt daar met scherpe voorbeelden op aangesproken. Daar kan je nog rare politieke partijen van krijgen.

Zo is Exclusie – buitensluiting – veel simpeler te begrijpen dan Inclusie. En dat was nu juist zo menselijk en natuurlijk. In het vervolg binnen deze serie hoop ik het vallen en opstaan en de ontwikkeling van een ideaal te beschrijven.

Een specialist in Inclusie – een enkeling noemt zich zo – is dan ook eigenlijk meer een deskundige op het gebied van bestrijding van Exclusie. Zoals gezegd: we zijn allemaal in de wieg gelegd voor Inclusie.

Zie ook http://www.inclusion.com/inclusion.html

en http://www.erwinwieringa.nl/2009/04/wat-is-inclusie/

2. De Canadezen komen! 1990

Over Inclusion, Personal Futures Planning, Verdunning en “Hoe Verder na de Dennendal Affaire,” Zinvolle Dagbesteding en Kleinschaligheid.

3. Naar The States!  Studietrips en uitwisseling. De Gideonsbende ontstaat. 1992

4. Nieuwe Kijk op Zorg, begeleid werken en Persoonlijke Toekomstplanning.  ”Deze kinderen hebben geen toekomst!” 1993

5. Het ‘Wonder van Ittervoort,’ gedragsproblemen en de inrichting uit.

6. Stichting De Toekomst. 1995

7. Stichting Inclusief Onderwijs, Thiandi Grooff

8. 6a00d8341c9ad453ef012876f064ec970c-800wi

Inclusie 20 jaar in Nederland 19 april, 2010

In september 1990 was ik organisator van een studiereis van provincies, het ministerie van CRM en ouderorganisaties naar “zorgvernieuwing” in Canada en de Verenigde Staten. Deze reis -niet terug te vinden op internet; het was de prehistorie- betekende een drastische ommezwaai in denken (het handelen volgde helaas pas vele jaren later) en idee-en. In Toronto werd kennisgemaakt met   en Jack Pearpoint van Inclusion International. criteriaHet betekende voor mij het begin van een lange vriendschap en samenwerking. In samenwerking met Jack Pearpoint zal ik dit jaar hier de veranderingen, ontwikkelingen en geschiedenis van Inclusie in Nederland via een serie artikelen beschrijven.

Allemaal ongelijk! 9 april, 2010

Hadden we eindelijk emancipatie en gelijke rechten een beetje ‘op de kaart’, komt er een nieuw duveltje uit de doos: de zorg heeft het thema diversiteit & interculturalisatie nog niet lekker in de vingers. Nu is dat een kwestie van tijd natuurlijk: het tekort aan personeel is nu al zo nijpend dat we over een paar jaar allemaal afhankelijk worden van ‘import’ handen en diensten en dan zet de praktijk zich vanzelf wel. Hieronder een poging om de hedendaagse vaderlandse worsteling te duiden.

Zo’n moment om nooit te vergeten: de overwinningstoespraak van Barack Obama en het gevoel van trots, hoop en verwachting dat we toen ervoeren. Met het zinnetje, dat er voor mij zo uitsprong: It’s the answer spoken by young and old, rich and poor, Democrat and Republican, black, white, Latino, Asian, Native American, gay, straight, disabled and not disabled .”

Voor het eerst worden door een wereldleider in een grote toespraak waarin hij de diversiteit van zijn land benoemt ook uitdrukkelijk mensen met een handicap betrokken. Ik citeer het ook in het Engels, omdat -bij mijn weten- geen enkele Nederlandse krant of andere media dit heeft opgemerkt (meestal weggelaten) of incorrect vertaald (“gezonden en invaliden”). Dat laatste, de vertekening of weglating in de Nederlandse media, is voer voor speculatie en interpretatie. Hoe komt het dat deze noviteit van minder belang wordt gevonden, of is het gewoon niet begrepen? Ik denk dat we te hier maken hebben met een “interculturalisatie probleem.”

Nog iets.

Syp Wynia schrijft in Elsevier over de explosieve toename van mensen met een handicap in Nederland. Het Sociaal Cultureel Planbureau noemt de toename “opmerkelijk,” maar Wynia toont aan dat het niet zo bijzonder is. Hij analyseert: de regelingen zijn uitgebreid en vervolgens trekt de subsidiepot automatisch nieuwe groepen aan. En waar geld is, ontstaat behoefte betoogt hij.

Ik denk dat hij gelijk heeft. Ik denk zelfs dat het nog erger is: het nieuwe geld moet besteed worden aan zorgspecialisten (“eerst maar eens een zorgzwaartemeting en een persoonlijk zorgplan opstellen”). Dat verdringt de natuurlijke maatschappelijke benadering (“wacht even, ik help je een handje”). De diagnose krijgt een zware wetenschappelijke status en benadrukt het bijzondere en schept navenante verwachtingen. Het meest wrang en karikaturaal kwam dat aan het licht bij de Rondom 10 uitzending van 28 maart met als onderwerp ‘Mogen mensen met een (licht verstandelijke) handicap kinderen krijgen. William Westveer (voorzitter belangengroep mensen met een verstandelijke handicap) was meer dan opgewassen tegen de kulretoriek van de aanwezige professionals. “Ja, dat kan jij dan wel goed gedaan hebben, William, maar anderen uit jouw doelgroep (ja, dat zeiden ze echt) laten hun kind zonder ontbijt naar school gaan.” De professional geloofde heilig de eigen indicatiestelling -gebaseerd op de eerdergenoemde oprekking van het begrip handicap- en liet er daarna standaard betuttelende frasen op los. William was beter gebekt en had helderder argumenten en het zal best zo zijn dat de Cito score ooit onder de maat is geweest, maar mij maak je niet wijs dat William ‘verstandelijk beperkt’ is. Toch stond dat steeds in witte lettertjes onder zijn naam.

Voorbeeld drie.

In mijn werk met probleemgezinnen in Amsterdam West merkte ik dat er hulpverleningsgeld (uitkeringen, rapportage, politiebegeleiding, tolkenhulp, inburgeringscursussen etc etc) genoeg was. In huis uitgenodigd werd je zelden –aan hulpverleners had men een broertje dood- en dan slechts alleen indien begeleid door twee tolken (Marokkaans/Berber). De problemen zijn groot. Armoede, werkeloosheid, buitensluiting, argwaan, ongeschikte huisvesting en eenzaamheid en de taal van de hulpverlening is ontoereikend. Laten we het erop houden dat klassieke indicatiestelling weinig verheldering biedt. Het is van alles wat en alles tegelijk. Toch lijkt het erop dat inburgering hier meer een stoomcursus hulpverleningsjargon betekent dan een introductie in de moderne Nederlandse samenleving. Hier is de Postbus 51 folder “Welke regeling is nog meer op mij van toepassing?” goed begrepen. Maar, het houdt mensen binnen en geïsoleerd, zich tekortgedaan voelend en niet beschikbaar om actief bij te dragen.

Een kleine tien jaar geleden is er een nieuwe internationale definitie van handicap gepresenteerd. Goede ondersteuning en leven in een toegankelijke omgeving bepalen voor een groot deel hoe gehandicapt iemand is. Ik denk dat die omgeving mensen in Nederland in het verleden meer dan nodig gehandicapt heeft gemaakt. Vrij naar Johan Cruijff zal ik dan maar zeggen: de niet te vermijden bezuinigingen van de komende jaren kunnen wel eens voordelig voor mensen met een handicap uitpakken. Toegang tot de arbeidsmarkt, minder afhankelijkheid van insnoerende beperkende regelingen, noodzaak tot participatie en meer gevoel voor diversiteit en interculturalisatie in de samenleving. Niet meer iedereen gelijk, maar meer waardering voor verschil.

Yes, we can!